Half januari heeft het college van Hellevoetsluis een presentatie gegeven over de voorlopige uitkomsten van een onafhankelijk onderzoek naar de tekorten, die zijn ontstaan op de begroting van de gemeente.
Met name de toegenomen kosten in het ‘sociaal domein’ dragen bij aan het tekort van ongeveer 4 miljoen.
Oppositiepartijen D’66, Groen Links en PvdA waren er vervolgens als de kippen bij om het college en de coalitiepartijen nalatigheid te verwijten bij de controle op de uitgaven. Er werd zelfs gesuggereerd, dat zorggelden zijn uitgegeven voor andere doeleinden.
Van dat laatste is echter absoluut geen sprake en de oppositiepartijen slaan daarmee de plank goed mis. In het door het college daags na de presentatie naar buiten gebrachte onderzoeksrapport wordt daar met geen woord over gesproken. Waar de oppositie deze conclusie op baseert is dan ook geheel onduidelijk. Door desalniettemin deze conclusie te trekken heeft de oppositie daarmee het college, de coalitiepartijen en de ambtenaren van de gemeente ten onrechte in een kwaad daglicht geplaatst. Tevens worden onze inwoners hiermee verkeerd voorgelicht en wordt er onnodige onrust gecreëerd.

De begroting over 2019 laat zien, dat de gemeente een bedrag van 101 miljoen euro had te besteden. Een begroting is een schatting op basis van de uitgaven in verleden jaren, eventueel aangevuld met te verwachten kostenstijgingen. Als deze kostenstijgingen in de loop van een begrotingsjaar hoger zijn dan verwacht, ontstaat er een tekort op de begroting. Daarover moet dan door de gemeenteraad een nieuw besluit worden genomen.

Het ‘sociaal domein’ bestaat uit 3 pijlers: de WMO, de Jeugdzorg en de Participatiewet. Met name bij de WMO en de Jeugdzorg bleken de kosten in de loop van het jaar sterk te stijgen. Bij de WMO steeg vooral de thuiszorg en het vervoer, omdat de inkomenstoets werd geschrapt, waardoor iedereen dezelfde eigen bijdrage ging betalen. Dit leidde tot veel aanvragen van burgers, die daarvoor zelf de WMO-voorzieningen moesten betalen. De wet werd te laat ingevoerd om nog in de begroting van 2019 te kunnen worden opgenomen.

De jeugdhulp is geregeld via een Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp, waarin 15 gemeenten in Rijnmond samen de inkoop van jeugdzorg regelen. Het bestuur van de GR. Jeugdhulp diende half 2019 een begroting in, omdat gebleken was dat het jaar 2018 afgesloten werd met een tekort van 19,3 miljoen, voor een groot deel veroorzaakt door hogere uitgaven aan landelijke inkoop van hoog specialistische zorg. De contracten voor deze zorg worden afgesloten door de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten), waar individuele gemeenten geen invloed op hebben.
Aangezien de deelnemende gemeenten verplicht zijn dit tekort te dekken, betekende dit voor Hellevoetsluis nog een onverwachte tegenvaller, niet alleen voor 2018, maar ook voor 2019 e.v.
Omdat niemand deze tegenvallers op voorhand kon voorzien, werd er, zoals gezegd, rekening gehouden met lagere in plaats van hogere kosten.

De inkomsten van de gemeente bestaan globaal uit belastingen (ozb), verhuurinkomsten, verkopen van gronden of panden en een bijdrage van het rijk, de algemene uitkering.
Dit zijn niet geoormerkte gelden. Dat wil zeggen, dat het de gemeente vrij staat om deze gelden te besteden aan doelen, die voor de burgers van belang worden geacht. Dat kunnen aanleg en verbetering van wegen zijn, sport en cultuur, maar ook zorgkosten. De door D’66, Groen Links en PvdA geopperde suggestie, dat zorgkosten zijn gebruikt voor andere doeleinden is dus absoluut onjuist.

Natuurlijk maken de coalitiepartijen zich ook grote zorgen over de ontstane tekorten. De exacte cijfers en de redenen voor het onstaan van de tekorten worden nog verder onderzocht. De komende maanden zal het college de gemeenteraad hierover informeren. Daarbij is het vooral van belang, dat er voorwaarden worden geschapen om deze tekorten in de toekomst te voorkomen. Ook moet er een oplossing komen voor het huidige tekort.
De coalitie van IBH, VVD en CDA zal er zeker voor zorgen, dat de burger hier zo weinig mogelijk van gaat merken en de dienstverlening van de gemeente op peil blijft.
Ook wanneer de oppositie een andere mening is toegedaan.